Toen Jan van de Griendt in 1853 met de vervening begon, had het bolsterveen geen waarde en was turfstrooisel nog onbekend. In 1881 volgde zijn zoon Jozef hem op als directeur van de Maatschappij Helenaveen. Kort na zijn aantreden werd hij geconfronteerd met de eerste vraag naar bolsterturf.

Het bestuur van de Maatschappij besloot een drijvende turfstrooiselfabriek te bouwen die in 1882 gereed kwam. Waarschijnlijk was de Maatschappij Helenaveen de eerste in Nederland die een turfstrooiselfabriek had. Met de verkoop van turfstrooisel wilde het echter niet vlotten. Het artikel was nog onbekend. In Engeland was de vraag veel groter dan in Nederland vanwege de vele paarden die gehouden werden. Jozef van de Griendt zag daar toekomstige afzet. Hij reisde vaak naar Engeland, waar hij Londen, Liverpool en Newcastle bezocht.In augustus 1883 brandde de fabriek in Helenaveen af. Het bestuur besloot een nieuwe fabriek te bouwen, dit keer van steen. Reeds in augustus 1884 draaide de nieuwe fabriek die ƒ 13.000 gekost had.


Het was een  opstapje als voorbereiding voor een gezamenlijke turfstrooiselonderneming.Een geduchte concurrent was de gemeente Deurne die in 1876 het Deurnese kanaal liet graven . Deurne had een voorsprong in de concurrentiepositie en beschikte zelf over  een  enorme hoeveelheid grondstof. 


In 1882 en 1883 kwamen er  landelijk nog zeven turfstrooiselfabrieken bij. Fedor Wolff & Co vestigde zich aan de halte Helenaveen. 


Op maandag 15 Mei 1875 werden door Deurne de werkzaamheden onder eigen beheer genomen. Men begon met het uitbakenen van de richting van het te graven kanaal. Dit zou vanaf de spoorhalte het veen doorsnijden in zuidelijke  richting en in de Noordervaart uitmonden.

In de Deurnese Peel was Johan Hermans directeur. Naar hem werden de Hermanshuizen genoemd. Het kanaal werd uitgebakend door een greppel of raai tot aan de brug in de spoorwegdijk.




Vorige pagina 

Jozef van de Griendt besloot zich te oriënteren. Hij bracht een bezoek aan  de Omnibus Maatschappij in Amsterdam. Er volgde een proef om gedurende drie maanden bij 18 paarden het stro door turfstrooisel te vervangen. De proef voldeed zeer goed.


In 1884 ontstonden er problemen rondom het directeurschap van Jozef van de Griendt. Jozef had bij zijn aanstelling als directeur bedongen, dat hij ook tijd mocht besteden aan zijn eigen zaken. In de vergadering van 28 november 1884  werd zijn aanvraag om  eervol ontslag als directeur gehonoreerd.


Eind 1884 begonnen de broers Jozef en Eduard hun samenwerking en stichtten de Maatschappij Griendtsveen. De bedrijfsleider van de Maatschappij Helenaveen, Schellings, nam in december 1884 ontslag en ging in dienst bij de Maatschappij Griendtsveen. In hetzelfde jaar dat de Maatschappij Helenaveen met de eerste turfstrooiselfabriek begon, stichtte Eduard van de Griendt onder de naam: “E. van de Griendt en Co.”, een turfstrooiselfabriek in Dedemsvaart.


Om den toestand van het Peelgebied vóór jaren en het leven der arbeiders goed te tekenen, willen wij hier laten volgen een beschrijving van het graven van het Deurnes kanaal in de Deurnese Peel in 1877 en 1878.


Hoe het terrein er uitzag bij de slechte afwatering, blijkt uit het feit dat de ambtenaren van de Waterstaat, die met de voorlopige opname belast waren, niet verder dan 500 meter in het terrein konden doordringen en van daar met planken en andere hulpmiddelen moesten teruggehaald worden.


Wordt vervolgd.