GOUDEN EEUW UIT TURF GEBOREN.


De Nederlandse Gouden Eeuw danken wij aan turf, vaarwegen en zeilschepen. De landdrost van Brabant Paulus de la Court schreef in zijn boekje: “De Peel en bedenkingen over denzelven”:  “Het voorregt van het vervoer te water wordt het beste gewaardeerd door diegene, die het gemis daarvan gevoelt. Voor minder dan twintig guldens vervoert men te water een gewigt van tachtig duizend halve Nederlandsche ponden, tot op een afstand van twee uren; langs den zandweg tot diezelfden afstand, volstaat men nauwelijks met honderd en zestig guldens”.


Met zo’n document voeren de schippers dan uit, in geloof en vertrouwen: “Ik, schipper naast God van mijn schip en met den eersten goeden wind, die God verlenen zal, verklaar te zeilen”, ja te zeilen naar alle windstreken, die van de Griendt mij bevelen zal.


In vrijwel alle delen van de Nederlanden lag de energie (turf) voor het opscheppen. Hoe meer men zich verdiept in de samenleving van de Gouden Eeuw, hoe sterker men onder de indruk komt van de verbazingwekkende prestaties, ondanks de geringe bevolking. De Republiek had op het toppunt van haar macht niet veel meer dan 1,5 miljoen inwoners. Door ontbossing in de 16e eeuw stegen de houtprijzen in Zuid- en West-Europa sterk. Ook in Nederland bevonden zich rond 1600 nauwelijks meer bossen van enige betekenis. Nederland als waterland bood toen door zijn natuurlijke vaarwegen goedkope “bewegingsenergie” om lasten te dragen of voort te trekken.


Bij transport over water is de wrijvingsweerstand zo gering dat de wind haast altijd drijvende lasten kon voortbewegen. Schippers ondervonden derhalve belangrijke voordelen boven vervoer per kar. 



 Gewicht: 1 m³ blauwe turf = 340 kg.
 Stookwaarde: 1 kg. blauwe turf 4500  calorieën.
 1 m3 turf = 1.530.000 cal. = 212 kg  steenkool.
 Stookwaarde: 1 m³ turf = 185 m³  aardgas.
 1 m³ aardgas = 8500 cal.
 Energieprijs van 1 m³ blauwe turf rond  1900 was ƒ 1.00.
 Stookwaarde van 1 m³ turf op basis van  de aardgasprijs in 2002 = ƒ 115,-.
 In één eeuw steeg de energieprijs met  21.296 % en het arbeidsloon met ca.  1000 %.


De uitgestrekte turfvelden van de Peel waren onverdeelde gemeentegronden waar de ingezetenen ongeordend turf staken voor eigen gebruik of om per kar naar de omliggende plaatsen te vervoeren en te verhandelen.




 Particulieren onderzochten om  door middel van paarden, spoor  of schepen,turf naar de Zuid-  Willemsvaart te vervoeren.  Uiteindelijk ging de aandacht  uit naar de Noordervaart die tot  in het hart van de Peel door-  drong maar nog niet bevaarbaar  was. De regering besloot in 1853  deze vaart geschikt te maken  voor de kleine scheepvaart.




De verdienste van Koning Willem I voor de Peel is dat hij de voorwaarden schiep om - hoewel twee eeuwen later dan in Holland - de “Gouden Eeuw van de Peel” binnen te varen. Tijdens zijn koningschap werd het land verrijkt met een aantal belangrijke kanaalwerken.


 De landdrost van Brabant  schreef in 1841 dat geen enkele  vervener zonder kanalen ook  maar iets kon beginnen. In 1853  groeven 1000 kanalengravers in  één jaar de 11 km lange  Helenavaart. De Peel lag open.  De turf in de Peel werd een  grote concurrent voor de Luikse  steenkool die Maastrichtse  bedrijven van energie voorzag.









       Wordt vervolgd.

IN DE PEEL MET TOON VERDEUZELDONK.

Het turfstekers gereedschap

Toon heeft de onbruikbare bovenlaag afgebonkt. Het turfsteken kan beginnen.

Met een stikker worden de turven op maat gestoken.

Met de turfschop, “oplegger” genoemd, worden de turven gedolven en op de kruiwagen gelegd.

De turven worden in het “slag geslagen” om te drogen.

Wie de laatste boerenturf in de Peel stak is niet bekend. Misschien was het wel Toon Verdeuzeldonk (1886-1971) in Liessel. Hij was er in het voorjaar het eerste bij als de gemeente Deurne weer turfveldjes verkocht in de Liesselse Peel. Daar zat de beste klot van de Peel, wel 10 klem (10 lagen) dik.

De dochter van Toon Verdeuzeldonk, Mien Engels-Verdeuzeldonk helpt een handje om de turven uit te breken. (eerste stap van het drogingsproces). Van links naar rechts: Gerard, André, Rita, Truus, Dieni en moeder Mien Engels - Verdeuzeldonk.

Van “stoeken”, naar turfmijten “vuren genoemd”. “Laat de winter maar komen”, zei Toon Verdeuzeldonk.Foto’s: Tjeu Engels uit Liessel in de Liesselse Peel, 1953


Dat het veen op grote schaal in de Peel zo lang onbenut was gebleven, had staatkundige oorzaken. Het eerste ontwerp van de Zeeuwsch-Limburgsche Spoorweg, die door de Peel naar Venlo zou lopen was de aanleiding voor een aantal invloedrijke personen om een maatschappij te vormen tot vervening van Peellanden en de turf per spoor te vervoeren.