THEMA 4: HUISRISSEN; LANGS ERVEN VELDEN EN BEEMDEN.

Felix Rutten (1882-1971), schreef over "Het land van mijn vader". Mijn vader schreef over het leven van zijn ouders en grootouders, de auteur Theo Janssen schreef: " Mijn vader was een Peelboer". Bij ons in het dorp". Het levensritme van ons dorp, dat afweek van de stad. Anders zou het geen dorp zijn. Waar de zon altijd vroeg opgaat, zelfs in de winter.


Huisrissen werden gestoken op veen dat sterk begroeid was met pijpestrootje. De “rissen” (veenzoden) waren 8 cm dik, 50 cm breed en 1,50 meter lang. Door de beworteling met pijpenstro waren ze sterk en braken niet. De huisrissen werden dakpansgewijs op de vorst van boerderijen gelegd en met houten pennen vastgezet.


De kuiper plaatst het vat voor de deur van zijn werkplaats (daarvoor moet hij extra belasting betalen) en maakt binnenin een vuurtje van spaanders. Dikke
ijzeren drijfbanden worden om het vat geslagen, zodat de delen verband krijgen terwijl het hout krimpt.  (Foto en tekst Katholieke Illustratie 4 maart 1931)

 

 

(foto rechtsDe boerderij van mijn ouders.
Dit erf in mijn jeugd mocht gerekend worden tot een erf van een zorgzame boer. Het was dicht bezet met houten stenen en ijzeren meubilair. Het was "een hof van Eden”. Een moestuin met het kleine fruit. In de kippenren een hoogstamboom-gaard. De generatie van mijn ouders maakte plaats voor een nieuwe generatie. In de meeste boerenhuizen wonen thans geen boeren meer. Het erfmeubilair verdween, evenals „de hof van Eden”.


De afgebeelde turven op bovenstaande foto zijn geen “huisrissen”, maar isolatieturven. Ze werden op Hemelvaartsdag 24 mei 2001 gekocht op de traditionele Middeleeuwse markt in Deventer. Deze turven kwamen te voorschijn bij de renovatie van een 150 jaar oud huis in het oude centrum van Deventer, nl. Bergkerkplein 8, hoek Roggestraat. Bij de bouw van dit huis
fungeerden de turven als isolatie tussen eerste en tweede verdieping. Zo werd turf een multifunctioneel product.


In Limburg ziet men nog de ouderwetsche hondenkarren. Het vrouwtje heeft de hond goed in bedwang en dit schijnt niet overbodig. (foto: Panorama 28 april 1938)


Broodvoorziening op het Limburgsche platteland. De tocht met de “bakkerskar”





In een van die oudste huizen van Sevenum heb ik mijn voeten gezet op het merkwaardigste plaveisel dat ik nog ooit in Limburg zag. Het was een mozaïekvloer van keistenen. Het was ruw, maar geloof het, niet onschoon. De keitjes lagen, heldere en donkere, in figuren naast elkaar, grote ruiten vormend, met het monogram: I H S er midden in, tussen de voorletters van de naam van de eerste bewoners en het jaartal van het werk. (I H S kan betekenen: de drie griekse hoofdletters van de naam “Jezus”). De boer en de boerin schudden hun oude hoofden over mijn verbazing. Was dat dan zo vreemd? Zij hadden er hun schoenen op versleten sinds hun jeugd”.

Foto links: Katholieke Illustratie 11 december 1915, de door Felix Rutten beschreven Keltische boerderij stond in de Steeghoek te Sevenum.



 



De hoogstamfruitbomen in de kalverenwei en de kippenren maakten het tot een “Hof van Eden”. Onder de imposante kersenboom poseren mijn broers en zussen, Tonnie, Riet, Mat en Jac. 
Foto Piet Janssen mei 1951.