Op 2 augustus 1831 stuurt Willem I  25.000 soldaten naar Luik, onder leiding van zijn zoon de Prins van Oranje, om de Belgi­sche legers uit elkaar te houden. Dit militair conflict staat bekend als de :”Tiendaagse Veldtocht”. Het Nederlandse leger (36.000) man werd geleid door prins Willem van Oranje (de latere koning Willem II). Het Belgische leger was 31.500 man sterk. Op 3 augustus werd Turnhout bezet. Andere Nederlandse troepen trekken dwars door Limburg en stuiten op 7 augustus in Houtha­len op de slecht uitgeruste troepen van het Belgische Maasle­ger. Op 8 augustus werd het Belgische Maasleger bij Hasselt versla­gen en op 12 augus­tus het Scheldeleger bij Leuven. (Slag bij Leuven) Intussen kwam een Frans leger de Belgen te hulp, waarop Frankrijk en Engeland een wapenstil­stand aanboden. Prins Willem eiste echter de overgave van Leuven en zette de aanval voort. En hoewel de Belgen sterk in de meer­derheid zijn, boeken ze geen winst. Integendeel, bij een veldslag bij Kermt lijden ze zware verliezen. Uiteindelijk maken de Fransen een einde aan de Tiendaagse Veldtocht van de Hollanders. Zonder zich te vertonen! Alleen al het bericht dat ze met 50.000 man onderweg zijn om de Belgen te helpen, is genoeg om de troepen van Willem I op 12 augustus te verjagen. 


 

 

 

 

 

 

 

 




 

 

 

 

Bataljons-commandant majoor Laasman was Kermt genaderd. Het dorp was reeds door de Belgen bezet. Bij de nadering van de Hollanders vuurden ze hun kartetskogels af. Eensklaps bestormde een troep Belgische jagers te paard de Hollandse artilleristen en huzaren. Een Belgische huzaar doet een gewldige houw naar de Hollandse fuselier Peeters. Deze weet de slag te paren en doorsteekt de ruiter met zijn bajonet op zijn geweer, dat zo vastzit dat hij zijn geweer kwijtraakt. Hij raapt het geweer van een gevallen kameraad op, dat nog geladen is en schiet hiermee de tweede huzaar uit het zadel. Nadat deze aanval is afgeslgen stormt het bataljon Kermt in.