DE PEEL-RAAMSTELLING 1940

Theo Janssen bracht op 21 oktober 2011 een bezoek aan de 92 jarige Kees Firet in Valkenswaard. Hij gold als de laatste nog in leven zijnde huzaar van het Nederlandse leger. Hij werd in 1940 door de Duitse Wehrmacht uitgezonden voor de ontmanteling van de magazijnen en kazematten van de Peel-Raamstelling. De op deze pagina afgebeelde foto’s werden beschikbaar gesteld door Kees Firet.


Kees vertelt:
"Na de inval van het Duitse leger en de capitulatie werden wij als huzaren in feite krijgsgevangen genomen.De verantwoordelijkheid voor het verzorgen van onze paarden in de Alexanderkazerne in Den Haag belette ons te vluchten en onder te duiken. Wij hadden de keuze gedeporteerd te worden naar Duitsland, of gedetacheerd te worden voor de ontmanteling van magazijnen en kazematten van de Peel-Raamstelling. Ik koos voor de Peel-Raamstelling. Medio september 1940 werden wij met onze paarden met de trein op transport gesteld, aanvankelijk met onbekende bestemming. In Breda kregen we bericht naar Eindhoven te reizen en vervolgens naar Deurne.We waren met twaalven die met de paarden waren en ik samen met opperwachtmeester Kistman. Wij werden met de paarden ingekwartierd bij de familie Winkelmolen, in de Willibrordushoeve aan de Dorpsstraat in Neerkant. Ik heb bijzonder fijne herinneringen aan mijn leven in de Neerkant en de gastvrijheid bij de familie Winkelmolen."


v.l.n.r.:  Nelly op de arm van Kees, onbekende soldaat, Ton, onbekende soldaat, boven: vader
Winkelmolen en Truus op de arm van Moeder Winkelmolen.

"Toen ik in Amersfoort zat kreeg ik het bericht: “Firet, spullen inpakken en morgen met wat paarden en wat manschappen op de trein en dan wordt wel gezegd waar naar toe”. ’s Morgensvroeg met de trein richting Rotterdam. Ik zei nog: “Fijn, dan gaan we weer naar het Westland”. In Breda kregen we bericht naar Eindhoven te reizen en vervolgens naar Deurne. Daar arriveerden wij ’s avonds laat. Een officier stond ons daar op te wachten en kregen wij de opdracht naar de Neerkant te trekken”. Ik zeg: “Waar ligt Neerkant, nooit van gehoord”. “Nou, volg deze weg maar en dan kom je er wel”. Het was al donker. Ik had mijn paard opgezadeld en vooruit gereden. Ik zag een kerktoren in de verte. Ik zeg: “Jongens, we zijn er”.Het was echter  Liessel, we moesten nog 6 kilometer. Wij  stonden daar midden in het dorp, aan het  levensgrote beeld van het Goddelijk Hart,  een beeld met een hek er om heen. Daar  hebben we de paarden vastgebonden en op  de wagens liggen slapen."


 "Verdorie, daar ben ik een keer zo zat  geworden dat ik ’s morgens tussen de koeien  wakker werd. Toen ben ik nuchter geworden  en moest ik naar Winkelmolen. Ik zeg:  “Winkelmolen, daar staan paarden van ons.  Winkelmolen zei: “Ik heb een groot gezin  maar ik heb een kamertje vrij. Nou daar ben  ik ongeveer drie maanden geweest."


"En toen daar in Liessel ook nog flink aan het bier, brigadier Jo Phillips was tegen mij aangevallen op de bok en ik tegen hem, en die paarden wisten de weg. Dat kwam omdat die paarden precies wisten dat ze op die boerderij moesten zijn waar wij zaten. Enkele dagen later kreeg ik het bericht, dat het goede leven was afgelopen en we werden overgeplaatst naar Nijmegen."

 

Kees Firet viert het kerstfeest 1939 met zijn collega-soldaten. In 1940 vierde hij zijn kerstfeest met collega’ s bij de familie Winkelmolen in de Neerkant.


KERSTMIS 1940
"Wij hebben de mannen bij elkaar geroepen in een café. Ik zeg: “Jongens, we gaan stemmen wie er moet blijven met Kerstmis.” Ik zeg: “Opper, jij bent getrouwd en jij woont in Breda en ik heb niks, ik blijf dus dat is al geregeld.” Toen werd er gestemd en, toevallig, zes, het waren allemaal Zeeuwen, die moesten blijven en de rest mocht met vakantie, een dag of tien, veertien.        ’s Zaterdags, daags voor Kerstmis, ik dacht, ik ga de stal eens even af. Ik kom bij de boer en zeg: “Waar zijn die jongens, die twee?” “Die hebben hun boeltje gepakt en naar huis gegaan. Bij alle drie de boeren waren ze weg. Ik zat alleen. Bij de kerk was een café en daar was voor gezorgd voor de korporaal en zes manschappen voor eten en drinken. Ik heb toen gezegd: “Je hoeft alleen maar te zorgen voor drinken.”

KEES FIRET: Het verhaal van een huzaar van de Peel-Raamstelling.

Kees Firet.
Geboren in Maassluis op 2 november 1919. Overleden op 29 juli 2012.



De regeringsdienst meldt:“Ten einde ten volle voorbereid te zijn, heeft de regering gemeend niet langer te mogen wachten met het nemen van uiterste voorzorgsmaatregel-en. Daarom is thans het bevel gegeven tot mobilisatie van leger en vloot”. Kees Firet werd als dienstplichtig soldaat gestationeerd in de Alexanderkazerne in Den Haag.

De Alexanderkazerne in de vroege morgen van 10 mei 1940. Een vrije inpressie van schilder Dirk van Rijn.

 

Het bombardement op de Alexanderkazerne, waarbij in hoofdzaak de stallen werden getroffen, had tot doel het garnizoen te beletten uit te rukken. Ondanks dat de luchtdoelartillerie vanaf de voormalige golfbaan de Duitse vliegtuigen onder vuur nam - die daardoor ook verliezen leden - kon het bombardement niet worden verhinderd. De gevolgen waren verschrikkelijk. Een groot aantal paarden ging ten onder, alsmede een omvangrijk aantal reservisten, dat was opgeroepen en voorshands was gelegerd op de boven de stallen aanwezige hooizolders, vond de dood. Chaotische taferelen speelden zich af. Een groot aantal van de gesneuvelde militairen, dat soms dagen daarna nog onder het puin van de stallen werd gehaald, is voor het merendeel begraven op de algemene begraafplaats aan de Kerkhoflaan te Den Haag. Ter nagedachtenis bevindt zich aldaar een halfronde muur waarop de namen van de gevallenen zijn vermeld.