PEEL-RAAMSTELLING 1940

Boek: “Terugtocht uit de Peel” beschikbaar gesteld door Peter van de Pasch uit Overloon.

L. HUIZINGH
Reserve-adj.-onderofficier van voorm. 27e Reg. Infanterie
TERUGTOCHT UIT DE PEEL
Journaal van een Nederlandsch soldaat van 10 Mei tot 8 Juni 1940 over zijn terugtocht door Nederland, België, Frankrijk, Luxemburg en Duitschland
Ingeleid door: F. v. d. SCHRIECK, Reserve Luitenant Kolonel
1940  D. A. DAAMEN’S UITGEVERSMIJ. NV.- ‘s GRAVENHAGE

"9—10 Mei 1940

"Tot aan onze grenzen was het oorlogsgevaar genaderd. Drie dagen reeds lagen de mannen van ons Regiment in hun stellingen. Zij hieldende wacht in het aan de zorgen van onzen Regimentscommandant toevertrouwde Peelvak. Er werd gewaakt, gewerkt en gezorgd, om de verdediging van dit gedeelte van ons geliefd Nederland tot het hoogst mogelijke peil op te voeren. Misschien gaat het nu wel precies als in November jl. Toen was het gevaar toch ook in enkele dagen voorbij! Waarom zou men nu óns land in een oorlog betrekken? Waarom? Ik was begonnen met mijzelf moed in te spreken. Plotseling schrok ik wakker. Ik luisterde. Werd er geklopt? Had ik dan toch geslapen? Ik herkende de stem van een der getrouwen van het Regimentsbureau. „Wilt U direct naar den commandopost komen? Het is zeer ernstig; in de Peel worden de verhakkingen en versperringen gesteld; de laatste toebereidselen voor de verdediging worden bevolen."
„Ik kom onmiddellijk." Mijn moeheid was weg, mijn slaap geweken. Mijn weg was slechts kort. Buiten flonkerden de sterren; het was stil, zóó stil, dat ik even schrok van mijn eigen stap. Het dorp sliep. In tegenstelling met de vredige stilte om mij heen was het in mijn gemoed verre van rustig. Zouden wij dan nu toch worden meegesleept in dien maalstroom van ellende en verschrikking? Zou de hel over ons land losbarsten? .... En een ander paard ging uit, dat rood was; en dien die daarop zat, werd macht gegeven, den vrede te nemen van de aarde, en dat ze elkander zouden dooden; en hem werd een groot zwaard gegeven ....
"

 

EEN NACHT VAN VERSCHRIKKING

20 en 21  Mei 1940

"Hetgeen ons in deze twee dagen is wedervaren, is moeilijk te splitsen, zoodat ik het gebeurde over beide dagen als een geheel weergeef. Vroeg in den ochtend waren vrijwel allen weer op de been. De meesten waren met zorg vervuld over hetgeen hun nog te wachten stond. Gelukkig kon als ochtendmaaltijd brood en soep worden verstrekt; wij fleurden daardoor een weinig op. Tegen 11 uur klonk het commando: „Aantreden." Wij moesten ons opstellen volgens de den avond tevoren gemaakte indeeling en in deze formatie werd afmarsch naar de haven van Duinkerken bevolen. Daar lag een Fransche vrachtboot, het s.s. „Pavon" gereed, om ons in te nemen en ons, voorzoover mij ter oore kwam, te brengen naar Le Havre of Cherbourg." 

ss.Pavon. Tijdens de Duinkerken-evacuatie door de Duitse luchtmacht gebombardeerd. Bij Gravelines aan de grond gezet.

 

"Al nader en nader kwam het gehuil van het vliegtuig. Dof roffelden de kogels over het dek, slechts enkele seconden maar en ten derden male klonk in onze ooren die vreeselijke slag.
Er was iets gebeurd. Maar wat? Was het weer afweergeschut? Of was het een bom? Zou de boot soms op een mijn zijn geloopen? „Even rustig, mannen, even luisteren."
Wij wachtten.... er volgde niets. Toch was er iets, want de boot liep onregelmatig.... Nog geen minuut later .... een onbeschrijflijke paniek. Als bezetenen tierden de meesten in mijn onmiddellijke omgeving, sprongen in zinneloozen angst door en over elkaar, niets en niemand ontziende, om toch maar naar boven te komen. In enkele oogenblikken waren de beide houten noodladders, die met de eenige ijzeren ladder toegang tot ons ruim gaven, in stukken getrapt. Het was een gehuil en geschreeuw in onze toch reeds Zoo benarde positie. De opwinding was ontzettend. In minder dan geen tijd was ons aantal sterk gedund. Na groote inspanning gelukte het mij, de overgeblevenen tot kalmte te kunnen bewegen."

 

"Vrijwel het grootste gedeelte had zich op bedachtzamer wijze weten te redden. Aan de verschansing werden een drietal sterke touwen bevestigd, die tot op den beganen grond reikten en daaraan had men zich laten zakken. Gemakkelijk was dit geenszins; ongeveer 16 meter was de afstand van bovenkant-schip tot op den grond. Geheel zonder ongelukken was dit reddingswerk helaas niet afgeloopen. Er waren eenigen, die enkele meters boven den grond het touw niet meer vermochten vast te houden; zij kwamen met een smak beneden, kreunend van pijn in voeten en enkels. Anderen overkwam het, dat zij het touw niet stevig genoeg omklemden; het bleef hun door de handen glijden, met als gevolg: dikke brandblaren."

 

 

 

TER INLEIDING
Gaarne voldoe ik aan het verzoek van den schrijver, die mij het manuscript van „Terugtocht uit de Peel” ter inzage zond, om het door hem bewerkte dagboek, dat onder zoo moeilijke omstandigheden moest worden bijgehouden, met enkele regels in te leiden. Ik heb daarin gevonden de herinneringen aan de oorlogsdagen van Mei 1940, herinneringen aan hen, die niet terugkeerden van den terugtocht, aan hen, die vielen in de uitoefening van hun plicht en het hoogste offer voor het Vaderland hebben gebracht. Herinneringen aan trouwe plichtsbetrachting, kameraadschap en waardeering, zooals ik die heb mogen leeren kennen in onze kantonnementen van het Vak Bakel van de Peeldivisie, maar ook aan onze zoo teleurgestelde verwachtingen van de verdediging van de Peel-stelling. Voor allen, die door het oorlogsgeweld buiten onze landsgrenzen werden gedrongen, zijn de dagen van na 10 Mei 1940 een lange lijdensweg geworden. De schrijver, die bij den aanvang der mobilisatie zijn maatschappelijken werkkring en zijn zeer groot gezin had moeten verlaten, om zijn Vaderland te dienen, heeft ons dien lijdensweg getrouw en sober geschetst. Hij doet ons zien hoeveel flinke mannen de grootste ontberingen hebben geleden in de vervulling van hun soldatenplicht. Het was de onverzettelijke, onbedwingbare aandrift van de geestelijke krachten, welke zegevierden over de lichamelijke. Het dagelijksch zwoegen te midden van de verschrikkingen en van de ellende van den oorlog heeft hun karakter niet geschaad, doch heeft dit gestaald en gelouterd, zoo dat deze mannen, als de dagen van vrede zullen weerkeeren, in zich dragen de kracht, welke een verval van de maatschappij zal tegenhouden met het zuiveringszout van moed en geloof. 

F. v. d. SCHRIECK
Reserve Luitenant Kolonel b. d., Commandant voormalig 27e Reg. Infanterie en Commandant
Vak Bakel

Deel van de staf van het 27e Regiment Infanterie waarvan het hoofdkwartier tijdens de Mobilisatie 1939-1940 gevestigd was in villa De Romeijn. Reserveluitenant-kolonel F.N.F. van der Schrieck was regimentscomman-dant van het in de gemeente Deurne gelegerde 27e Regiment Infanterie en was tevens commandant van het zogenaamde “vak Bakel” van de Peel-Raamstelling. Er werd door dit regiment vanaf april 1939 gewaakt, gewerkt en gezorgd om de verdediging van dit gedeelte van Nederland op het hoogst mogelijke peil te houden.

De samenstelling van de staf:

 

 


"Popelend van ongeduld werd op het vertrek uit Aken gewacht. Eindelijk dan. Herzogenrath kwam in zicht. „Wij zijn er nog niet, even wachten." „Rolduc, jongens wij zijn op Nederlandsen gebied." Een golf van enthousiasme, beantwoord door vele wachtenden op het perron. Hoe wisten deze menschen, dat een trein met Nederlandsche soldaten zou passeeren? Dezelfde ontvangst in Kerkrade en Heerlen. Sigaren, sigaretten, versnaperingen, de sympathie van de burgerij was weldadig en verblijdend. Verder ging het over Valkenburg op Maastricht aan. "Wat in mij — en ik vermoed wel in allen — omging, is moeilijk te beschrijven. Het best zou ik dit kunnen typeeren met de woorden van een mijner kennissen: „Adjudant, ik kon wel huilen...." De goede luim kwam weer opzetten. Het verlangen naar eten was ineens weer het onderwerp. Begrijpelijk, wij hadden sinds den avond tevoren niets meer gehad. „Ik zal het menu even samenstellen: koninginnesoep, biefstuk, doperwten en een heerlijk puddinkje na."