DE PEEL-RAAMSTELLING 1940

 

DAGBOEK VAN EEN MOTOR-ORDONNANS

Donderdag 2 Mei 1940.

‘s Morgens half - zeven: „Hé, Lientje, opstaan!”
Ik word wakker en vraag in soldatenterm, wat er aan de hand is? Het blijkt, dat het tijd voor mij is om op te staan. Mijn slaapie Is het, die mij zoo lieflijk komt wekken. Hij mocht mij een uur langer laten liggen, omdat ik vannacht moest rijden.

Eerste aantekening in zijn dagboek. Hij vlucht met zijn metgezellen. In de nacht op Zaterdag 11 mei werden ze krijgsgevangen genomen. Op zaterdag 18 mei werden ze vrijgelaten, mits ze hun uniformen verwisselden voor burgerkleding. Op zondag 19 mei kon hij op de trein stappen naar zijn woonplaats Amsterdam.


Zaterdag 11 mei 24 uur
Daar komt er een naar voren en schreeuwt ons toe: „Hände hoch!” Wij schrokken ons een zenuwberoerte: nu zijn wij toch nog de sigaar, wij steken onze handen omhoog en worden ontwapend, het pistool wordt ons afgenomen en de munitie wordt uit onze zakken gehaald. Zoo oud als ik zal worden, zal ik dit moment nooit vergeten. Wat waren wij diep getroffen, na al het doorgestane, dit te moeten ondervinden: krijgsgevangen!

De luitenant klopte ons op de schouder en zei: „Der Krieg ist für Sie beëndet.” Dit beteekende: dat de oorlog voor ons was afgeloopen. Wij werden door twee soldaten weggebracht, naar een heel grote auto, en nu pas zagen wij, dat hier wel ruim 150 wagens stonden vol met Duitsche militairen. Mijn motor werd me nu ook afgenomen. Ik durf gerust te zeggen, dat ik liep te huilen als een kleine jongen, niet van zenuwen of van angst, maar omdat ik mijn motor moest afgeven.

 

 

 

 


Dit is het dagboek van een gewoon soldaat, die als motor-ordonnans was ingedeeld bij de Peel-divisie, waarin hij van dag tot dag heeft opgetekend, hetgeen hij en zijn kameraden in de Peel hebben doorgemaakt. Wij hebben gemeend dit dagboek van dezen eenvoudige soldaat, waarin hij op zo treffende wijze zijn ervaringen in de Peel heeft te boek gesteld, juist zooals hij het zelf heeft bijgehouden, onverkort en ongewijzigd te moeten uitgeven. Lina was gestationeerd in Venray. Vermoedelijk is deze foto genomen op de markt in Venray. Hieronder enkele fragmenten uit dit bijzondere dagboek..
Met dank aan Peter van de Pasch uit Overloon die dit boek beschikbaar stelde.

 

 

Vrijdag 10 mei
Ha, daar komt de luitenant-adjudant met het eerste oorlogsbericht, dat moet worden weggebracht, terwijl nu het gevaar langs de weg dreigt. „Stef,” zegt de luit, „jij gaat met luitenant Hakewessel naar de overkant” Dit is naar de Duitsche grens, de Maas over. Stef gaat staan, neemt de houding aan, salueert en zegt: „goed luit, het komt fijn voor mekaar.”


De jongens van de staf krijgen bevel om zich klaar te maken, voor vertrek. Zij moeten terugtrekken, wij blijven wachten op nadere orders. Kapitein Mignot krijgt ook bevel om terug te trekken met zijn compagnie. Inmiddels vernietigen wij de dingen, die nog vernietigd moeten worden, onder anderen de telefoon en het electrische licht Het radio ontvang- en zendtoestel wordt in een auto opgeborgen en nog enkele papieren worden er in geladen. De auto gaat naar Hotel „De Zwaan” (Venray) en wij blijven bij den majoor en luitenant Heufke. Onze motoren staan startklaar, het wordt hoe langer hoe spannender om ons heen.

Zaterdag 18 mei
Tegen acht uur begon het weer. Er kwamen pakken met burgerkleeren, waarin velen vertrokken. Sally en ik gaven wederom briefjes mede, maar weer hebben wij de geheele dag vergeefs gewacht. Tegen de avond kwam de burgemeester terug, die ons thans definitief kon mededeelen, dat wij morgen, 19 Mei, in elk geval weg zouden kunnen gaan, want hij had de burgerij gevraagd om al het goed te brengen, dat zij missen konden en hij had zooveel voor ons gekregen, dat wij morgen zeker weg konden.