Hij is een geboren verteller en verzamelde vele verhalen en bracht ze samen tot mooie beeldverhalen in zijn boekenreeks “Reizen door de oude Peel” . Hij heeft aan de Peel gesnoven en ervan genoten en behoort tot al diegenen die dan deze geur nimmer kwijt raken. Zijn naam is Theo Janssen uit Sevenum. Van 1966 tot 1988 was hij districtshoofd natuurbehoud bij het Staatsbosbeheer in Noord-Limburg. In zijn actieve ambtelijke periode verschenen van zijn hand talrijke publicaties over natuur-, cultuurhistorie en agrarische ontwikkelingen van de Peel. Hij ventileerde veelvuldig zijn kennis over de ontwikkelingen in de Peel met soms kritische kanttekeningen in kranten, radio en T.V.- programma’s.

Theo Janssen vertelt, als Paulus de la Court, bij de “Kruusboom” op het Groote veld in Sevenum over het aanzien van de Peel in de 18e eeuw.



                                 Het gezin van Dorus Janssen met zoon Theo in de cirkel.


Mijn vader vergeleek de Tranchotkaart uit 1810 van Panningen en het Vosbergse veld met de topografische kaart van 1895 (rechts). In de 19e eeuw was er landschappelijk weinig veranderd. Het aantal inwoners van Helden was tussen 1810 en 1895 gegroeid van 2217 naar 4093. Op 23 augustus 1996 verwelkomde burgemeester Schellekens van Helden zijn 19.000e inwoner. Bij (1) werd in het begin van de 20e eeuw de melkfabriek van de Panningse boeren gebouwd. Deze locatie lag gunstig aan de “Waterlaot”. Het was- en spoelwater kon zonder problemen geloosd worden. De stippellijntjes over het Vosbergse- en Everlosche veld waren de “kerkpaadjes”, de kortste verbinding tussen werken en bidden. De boerderij (2) was het geboortehuis van mijn vader. Bij (3) bouwde mijn grootvader in 1913 een boerderij, die mijn ouders na hun huwelijk in 1922 betrokken. De boerderij van Leo Dorssers (Huls Lei) lag bij (4).

De "roots" van Theo Janssen lagen op het Vosbergseveld in Panningen. Een gehucht met 33 boerenbedrijven. In 1930 werd vaders derde zoon, Theo, geboren. Na de lagere school volgde hij lager en middelbaar landbouw-onderwijs en algemene handelskennis. In 1956 studeerde hij af aan de Bosbouw- en Cultuurtechnische School in Arnhem, waarna hij in dienst trad bij het Staatsbosbeheer. In 1957 werd hij aangesteld als natuurbeschermings-ambtenaar in het district Breda. In 1966 volgde zijn benoeming tot districtshoofd natuurbehoud Staatsbosbeheer in het district Noord-Limburg. Hij werd belast met het aankopen en beheren van natuurreservaten, de voorlichting op natuur-beschermingsgebied en ruimtelijke ordening.